02 | 07 Het burgerinitiatief geëvalueerd door burgers | samenvatting en aanbevelingen

Voor het volledige rapport, download hier de pdf

Samenvatting

Dit is een evaluatieonderzoek over het burgerinitiatief vanuit het perspectief van de initiatiefnemers. Sinds de invoering van het burgerinitiatief in 2006 zijn 12 burgerinitiatieven, met vaak meer dan de verplichte 40.000 handtekeningen, ingediend bij de commissie bezoekschriften en burgerinitiatieven van de Tweede Kamer. En dat is een prestatie op zich. Het kost veel tijd en energie om een burgerinitiatief te organiseren.

In 2010 publiceerde de Raad voor openbaar bestuur een advies ‘Vertrouwen in democratie’ om de kloof tussen burger en overheid te dichten. In het rapport stond aangegeven dat het nodig is om naast de representatieve democratie ook participatieve vormen van democratie te stimuleren. Het burgerinitiatief wordt daarbij genoemd als één van de instrumenten: “Om de legitimiteit van politiek en bestuur te herstellen, heeft de representatieve democratie participatieve aanvulling en versterking nodig. Binnen het representatiemodel moet de stem van kiezers meer gaan tellen door hen tussen de verkiezingen door ook op andere momenten invloed te geven.” (Rob, 2010, pp 42) Tot nu toe zijn tweederde (!) van de burgerinitiatieven niet ontvankelijk verklaard. Dit werd voor veel initiatiefnemers, die met grote inzet hun burgerinitiatief hebben gerealiseerd, als een teleurstelling ervaren. De consequentie hiervan lijkt dat de kloof tussen burgers en politiek juist vergroot wordt. Dit staat haaks op de democratische intenties van het burgerinitiatief: “het burgerinitiatief heeft als doel de betrokkenheid van burgers bij het beleid te vergroten” (motie Dubbelboer, 9 oktober 2003)

Deze constatering was voor het Instituut Maatschappelijke Innovatie (IMI) en het Netwerk Democratie reden genoeg om een evaluatie te starten. Temeer omdat in de zomer de commissie verzoekschriften en burgerinitiatieven het burgerinitiatief intern gaat evalueren.

Het doel van dit evaluatieonderzoek: het middel burgerinitiatief versterken en initiatiefnemers meer kans van slagen bieden. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van schriftelijke interviews van Stefan Panhuijsen (De Publieke Zaak) met de 12 initiatiefnemers. Wij hebben gezien de korte periode van onderzoek een vijftal initiatieven opnieuw en uitgebreid geïnterviewd en een expertmeeting georganiseerd. In deze samenvatting de conclusies en aanbevelingen van het evaluatieonderzoek.

Conclusies:

    • Twee van de drie initiatieven wordt niet ontvankelijk verklaard. De voornaamste reden hiervoor is de 2 jaarsregeling waarin staat dat het onderwerp van het burgerinitiatief in de afgelopen 2 jaar niet in de Tweede Kamer behandeld geweest mag zijn. En gezien het aantal commissies van de Tweede Kamer en vergaderingen is de kans dat een onderwerp ergens besproken is groot. Bovendien is de definitie van ‘behandeld’ ondoorzichtig. Dit draagt niet bij aan het draagvlak voor de besluitvorming.
    • Achter de juridische en bureaucratische werkelijkheid van de Tweede Kamer schuilt een menselijke wereld met initiatiefnemers die om aandacht en erkenning vragen. De werelden van initiatiefnemers en de Tweede Kamer/ politiek botsen. De verwachting van initiatiefnemers is vaak hoog. Het vertrouwen in de politiek loopt een deuk op als vooraf de risico’s niet duidelijk zijn en er onvoldoende aandacht en begeleiding wordt geboden.
    • Een burgerinitiatief indienen is complex. Advies en begeleiding door de commissie verzoekschriften en burgerinitiatieven zou hierin waardevol zijn. De praktijk laat zien dat de commissie hierin een passieve rol inneemt en dat niet alle burgerinitiatieven zichzelf voldoende georganiseerd hebben. Het resultaat van een gebrek aan informatievoorziening is dat veel initiatiefnemers zich onvoldoende realiseren dat de zogenaamde 2 jaarsregeling de kans aanzienlijk maakt dat hun initiatief in een laat stadium van het proces niet ontvankelijk wordt verklaard.
    • De initiatiefnemers zijn zeer divers. Er zijn initiatieven die gesteund worden door wetenschappelijk en maatschappelijk kader. De ontvankelijk verklaarde initiatieven hebben als NGO of vereniging een sterke campagne kunnen voeren dankzij hun (leden)netwerk en hebben lobby-ervaring. Sommige niet ontvankelijk verklaarde initiatieven van veelal individuen of kleine stichtingen zijn minder professioneel, hebben schaarse middelen en hebben het daarom moeilijker om het burgerinitiatief ontvankelijk verklaard te krijgen. Evengoed hebben zij de gevraagde hoeveelheid burgers achter hun standpunt weten te krijgen.

Aanbevelingen

Honoreer initiatieven uit de samenleving

  1. Schaf de 2-jaarsregel af. Ons meest verregaande advies is om de 2- jaarsregel af te schaffen. De commissie adviseert de Kamer op een aantal formele en technische gronden om het burgerinitiatief te behandelen. Het staat vast dat er iets moet worden gedaan aan het obstakel van de 2- jaarsregel. In ieder geval moet duidelijk zijn wanneer een onderwerp ‘behandeld’ is. Iedere burger moet dit zelf, aan de hand van duidelijke criteria, voor het starten of ondertekenen van een initiatief uit kunnen zoeken. De regel is ingegeven door het legitieme argument dat de parlementaire behandeling van een bepaald onderwerp niet doorkruist moet worden. Het is nu onvoldoende duidelijk of dit bij de afgewezen gevallen aan de orde was.
  2. Verlaag de politieke drempel. Ingegeven door de gegroeide cultuur van respect voor parlementaire minderheden binnen de Tweede Kamer zien we ook de optie om na een afwijzing door de commissie burgerinitiatieven te voorzien in de mogelijkheid gebruik te maken van dezelfde 1/5 (30 Kamerleden) regeling als bij een spoeddebat.
  3. Geef de mogelijkheid tot 10 minuten spreektijd voorafgaand aan een plenair debat. De initiatiefnemer die minimaal 40.000 handtekeningen heeft verzameld krijgt gelegenheid om zijn/haar initiatief toe te lichten.
  4. Organiseer nieuwe verbindingen tussen parlement en samenleving

  5. Bij de invoering van het burgerinitiatief was de verwachting dat het 30 initiatieven per jaar en een extra belasting van 5% per Kamerlid zou opleveren. Stel een ambitie als kamer om over minimaal twee burgerinitiatieven per jaar plenair te debatteren.
  6. Wijs per initiatief een lid-rapporteur (vaste werknemer) vanuit de commissie aan. Met deze kan vroegtijdig contact opgenomen worden door de initiatiefnemers en om advies gevraagd worden. Na de indiening kan het vervolgproces doorgesproken worden.
  7. Faciliteer een Initiatieven-loket. Hier kunnen aspirant-initiatiefnemers terecht voor de precieze toelichting op de eisen en leren van andere initiatieven.
  8. Ondersteun initiatiefnemers met een makkelijk te vinden checklist en draaiboek op basis van de ervaringen van eerdere burgerinitiatieven. Zo kunnen de initiatiefnemers ook lerenvan elkaars ervaringen.
  9. Motiveer en verantwoord publiekelijk waarom een burgerinitiatief wel of niet ontvankelijk wordt verklaard

  10. Stuur een e-mail of brief met motivering aan de 40.000 ondertekenaars op welke gronden het wel of niet ontvankelijk is verklaard. Het gaat om de transparantie. Zorg dat de toe- of afwijzing beter inhoudelijk naar de achterban wordt toegelicht.
  11. Maak de commissievergaderingen waarin de initiatieven besproken worden openbaar toegankelijk zodat de criteria en overwegingen transparanter worden en initiatiefnemers aanwezig kunnen zijn om hun initiatief toe te lichten zodat de commissieleden met meer en betere informatie een beslissing kunnen nemen over het wel/ niet ontvankelijk verklaren